Nederland en Bali op de weegschaal – Wat mis ik en wat niet?

Nederland en Bali op de weegschaal 

De tijd begint te komen dat ik nog nooit zo lang op Bali ben geweest als ik nu ben. Het langste dat ik op Bali ben geweest is tijdens mijn stage in 2017, toen was ik er een kleine vijf maanden. Inmiddels ben ik er nu ook alweer bijna vijf maanden. Of ik er al genoeg van heb? Nee hoor, ik heb het nog steeds heel erg naar mijn zin hier. Ach, zo af en toe denk ik wel eens aan Nederland, vergelijk ik nog wel eens het een en ander, leg ik Nederland en Bali op de weegschaal en sta ik stil bij wat ik wel en niet mis aan dat koude kikkerlandje.

Nederland en Bali op de weegschaal

De temperatuur en mijn kledingkast

Elke dag 30 graden begint dat niet een keer te vervelen? Haha nee hoor, als koukleum eerste klas vind ik het helemaal niet erg dat het elke dag lekker warm is. Ik heb zelfs momenten dat als het ’s avonds rond de 23-25 graden is, ik het een beetje koud heb. Zo erg ben ik dus al gewend aan deze temperaturen. Als ik dan iets moet noemen wat wel begint te vervelen aan dit constante warme weer, dan is het mijn kledingkast. In Nederland sta je er nooit zo bij stil, maar verandert je kledingkast gedurende het jaar met de seizoenen mee en hangen je kleren na zo’n drie maanden dragen de rest van het jaar weer in de kast. Alleen hier op Bali is het elke dag warm en heb ik dus alleen maar zomerkleren aan. Ik merk toch dat na vijf maanden dezelfde kleren dragen, dit nu wel een beetje begint te vervelen. Als je erover na gaat denken is dit eigenlijk echt een luxeprobleem, want de kleren zien er nog goed uit en kunnen zeker nog een hele tijd gedragen worden.

Drie keer per dag rijst

Inmiddels ben ik daar wel van af gestapt. Niet persé omdat het mij begon te vervelen of omdat ik het niet lekker meer vind. Alleen mijn lichaam is er niet zo aan gewend om drie keer per dag rijst te eten en begon op gegeven moment te protesteren. Dus inmiddels is mijn ontbijt bijna altijd zonder rijst en maak ik vaak iets met fruit en havermout. Zo heb ik toch wat extra vezels toegevoegd naast mijn witte rijst maaltijden. De ene keer bestaat mijn ontbijt uit bananenpannenkoekjes, de andere keer havermoutpap met vers fruit en soms ook nog wel eens een smoothie. Dit lijkt al iets meer op mijn standaard ontbijt in Nederland: kwark met cruesli. Ook al at ik dat in Nederland dagelijks, hier op Bali heb ik het nog geen moment gemist.

Het grappige is wel, dat ondanks dat ik twee keer per dag rijst eet, ik nog steeds zin kan hebben in rijst. Als ik dan weer eens na moet denken over wat ik wil eten, kan het zo maar zijn dat ik echt zin heb in een gerecht waar witte rijst bij zit en niet in noedels of nasi goreng. Ik verbaas me er elke keer weer over dat na al die tijd en zoveel rijst het mij nog steeds niet verveelt. Terwijl je er in Nederland echt niet mee aan moet komen om elke dag van de week rijst te eten. Ik blijf het bijzonder vinden hoe bepaalde gewoontes zo regio-gebonden zijn en hoe makkelijk ik mij daarop aanpas en hoe makkelijk ik daar in mee ga. Dat terwijl het in Nederland echt niet in mij op zou komen om elke dag rijst te eten. Daar past het dan weer helemaal niet.

Mijn ontbijt
Gado Gado met rijst

Een westerse maaltijd

Die zijn tot nu toe op één hand te tellen. Ik heb pas een aantal keer zin gehad in iets westers. Zo heb ik pasta nog geen enkel moment gemist, en nu zelfs niet eens nu ik erover aan het schrijven ben. Is mie/noedels wel te vergelijken met pasta, dus mogelijk dat dat nog scheelt. Maar een rode pastasaus of een pasta pesto, daar heb ik nog geen moment over nagedacht. Wat ik wel gegeten heb? Pizza (wel met zeevruchten haha), een kipburger en … Nee meer nog niet. Was ik in Nederland al geen hele grote fan van een AVG’tje, dus dat zal ik ook zeker niet zo snel missen.

Twee weken terug waren we op bezoek bij een Nederlands echtpaar. Daar kregen we een broodje met kaas. Ik had het zeker niet gemist, maar op dat moment was het toch echt wel weer heel lekker en kon ik er echt heel erg van genieten. Verder eet ik hier eigenlijk bijna nooit brood. Was ik ook in Nederland al niet zo’n fan van, dus is ook niet gek dat ik dat hier bijna niet eet.

Of ik het zelf koken niet al mis? Nee, eigenlijk niet. Gemak dient de mens zeggen ze. Ik vind het ook wel makkelijk om mijn eten af te halen. De ene keer eet ik het thuis op en de andere keer in een Warung (eettentje). Uiteindelijk is het ook duurder om voor één persoon naar de markt te gaan, ingrediënten te kopen en zelf te koken. Zeker als je je beseft dat de meeste maaltijden die ik eet tussen de €0,60 en €1,50 kosten. Al vind ik koken helemaal niet erg en vind ik het altijd wel leuk om weer eens iets nieuws uit te proberen, maar dat bewaren we wel weer voor als ik in Nederland ben.

Mijn vaste plekjes

Zo heb ik inmiddels wel mijn vaste plekjes gevonden waar ik mijn eten haal. Bepaalde warungs zijn alleen open voor de lunch, andere alleen voor het avondeten. Sommige de hele dag. Op sommige plekken hoef ik al niet meer door te geven wat ik wil. Het wordt of al gemaakt zonder dat er een woord gewisseld is of er wordt gevraagd: ‘seperti biasa?’ wat betekent: ‘zoals gewoonlijk?’. Het leuke is dat ze vaak onthouden wat ik wil en hoe. Welke saus ik bij welke gerechten wil. Dat ik geen suiker wil in mijn fruitsapjes. Mijn eten medium pittig mag zijn of de hoeveelheid pepertjes die er wel in mogen. Hoe groot de portie mag zijn voor de lunch en voor welk bedrag ik mijn avondeten haal. Ik blijk toch best wel een gewoontedier te zijn, want ik wijk niet heel vaak van mijn voorkeuren af.

Eén van mijn vaste plekjes
Verse gegrilde vis

Het is goed zoals het is

Ik denk dat voor mij bij heel veel dingen geldt dat als het er is ik het heel lekker vind en het ook echt kan waarderen, maar als het er niet is, dat het ook niet erg is. Het is voor mij goed zoals het is. Al is dat andersom denk ik helemaal niet anders. De tijden dat ik in Nederland was, heb ik die verse gegrilde vis ook nooit echt gemist, terwijl dat hier op Bali mijn lievelingseten is. Volgens mij associeer ik heel veel dingen met een bepaalde locatie en als de locatie anders is, horen daar ook weer andere dingen bij en dat is dan ook weer helemaal prima.

Wat ik wel mis

Wat ik hier eigenlijk wel meer mis dan in Nederland is het volleyballen. In Nederland had ik al wel geaccepteerd dat het niet meer kan, maar ik merk dat het hier steeds meer weer begint te kriebelen. Waarschijnlijk ook omdat ik er hier veel meer mee in aanraking kom. Aan het einde van de dag zijn ze vaak op meerdere plekken op het strand aan het spelen. Dat zijn ook echt de momenten dat ik weer heel graag gewoon eventjes mee had willen kunnen doen. Dat dat stemmetje zegt; ‘Ach probeer het gewoon.’ Maar dan vanaf de andere kant; ‘Nee doe het niet, je knie moet nog langer mee..’ Soms is dat best wel heel erg frustrerend.

Als er iets is wat ik hier wel heel erg mis is het de mensen om mij heen. Het is heel fijn dat videobellen bestaat, maar het is niet te vergelijken met bij elkaar zijn. Vanaf deze afstand heb ik nooit echt het gevoel dat ik er echt voor iemand kan zijn, als het eventjes wat minder gaat. Maar ook kinderen van vrienden die opgroeien, waarvan ik toch wel besef dat ik daar misschien toch liever dichterbij ben. Levensgebeurtenissen, een huis kopen, verbouwen. Van een afstand krijg ik het allemaal wel mee, maar ik merk toch ook steeds meer dat het bij mij gaat wringen en dat ik dat soort momenten ook graag van dichtbij mee wil maken. Dus wie weet wat de toekomst gaat brengen en hoe Nederland en Bali dan op mijn weegschaal liggen.

 

Liefs Inske

Nederland en Bali op de weegschaal
Banner Inske

Nederland en Bali op de weegschaal

De tijd begint te komen dat ik nog nooit zo lang op Bali ben geweest als ik nu ben. Het langste dat ik op Bali ben geweest is tijdens mijn stage in 2017, toen was ik er een kleine vijf maanden. Inmiddels ben ik er nu ook alweer bijna vijf maanden. Of ik er al genoeg van heb? Nee hoor, ik heb het nog steeds heel erg naar mijn zin hier. Ach, zo af en toe denk ik wel eens aan Nederland, vergelijk ik nog wel eens het een en ander, leg ik Nederland en Bali op de weegschaal en sta ik stil bij wat ik wel en niet mis aan dat koude kikkerlandje.

De temperatuur en mijn kledingkast

Elke dag 30 graden begint dat niet een keer te vervelen? Haha nee hoor, als koukleum eerste klas vind ik het helemaal niet erg dat het elke dag lekker warm is. Ik heb zelfs momenten dat als het ’s avonds rond de 23-25 graden is, ik het een beetje koud heb. Zo erg ben ik dus al gewend aan deze temperaturen. Als ik dan iets moet noemen wat wel begint te vervelen aan dit constante warme weer, dan is het mijn kledingkast. In Nederland sta je er nooit zo bij stil, maar verandert je kledingkast gedurende het jaar met de seizoenen mee en hangen je kleren na zo’n drie maanden dragen de rest van het jaar weer in de kast. Alleen hier op Bali is het elke dag warm en heb ik dus alleen maar zomerkleren aan. Ik merk toch dat na vijf maanden dezelfde kleren dragen, dit nu wel een beetje begint te vervelen. Als je erover na gaat denken is dit eigenlijk echt een luxeprobleem, want de kleren zien er nog goed uit en kunnen zeker nog een hele tijd gedragen worden.

Nederland en Bali op de weegschaal

Drie keer per dag rijst

Inmiddels ben ik daar wel van af gestapt. Niet persé omdat het mij begon te vervelen of omdat ik het niet lekker meer vind. Alleen mijn lichaam is er niet zo aan gewend om drie keer per dag rijst te eten en begon op gegeven moment te protesteren. Dus inmiddels is mijn ontbijt bijna altijd zonder rijst en maak ik vaak iets met fruit en havermout. Zo heb ik toch wat extra vezels toegevoegd naast mijn witte rijst maaltijden. De ene keer bestaat mijn ontbijt uit bananenpannenkoekjes, de andere keer havermoutpap met vers fruit en soms ook nog wel eens een smoothie. Dit lijkt al iets meer op mijn standaard ontbijt in Nederland: kwark met cruesli. Ook al at ik dat in Nederland dagelijks, hier op Bali heb ik het nog geen moment gemist.

Het grappige is wel, dat ondanks dat ik twee keer per dag rijst eet, ik nog steeds zin kan hebben in rijst. Als ik dan weer eens na moet denken over wat ik wil eten, kan het zo maar zijn dat ik echt zin heb in een gerecht waar witte rijst bij zit en niet in noedels of nasi goreng. Ik verbaas me er elke keer weer over dat na al die tijd en zoveel rijst het mij nog steeds niet verveelt. Terwijl je er in Nederland echt niet mee aan moet komen om elke dag van de week rijst te eten. Ik blijf het bijzonder vinden hoe bepaalde gewoontes zo regio-gebonden zijn en hoe makkelijk ik mij daarop aanpas en hoe makkelijk ik daar in mee ga. Dat terwijl het in Nederland echt niet in mij op zou komen om elke dag rijst te eten. Daar past het dan weer helemaal niet.

Mijn ontbijt

Een westerse maaltijd

Die zijn tot nu toe op één hand te tellen. Ik heb pas een aantal keer zin gehad in iets westers. Zo heb ik pasta nog geen enkel moment gemist, en nu zelfs niet eens nu ik erover aan het schrijven ben. Is mie/noedels wel te vergelijken met pasta, dus mogelijk dat dat nog scheelt. Maar een rode pastasaus of een pasta pesto, daar heb ik nog geen moment over nagedacht. Wat ik wel gegeten heb? Pizza (wel met zeevruchten haha), een kipburger en … Nee meer nog niet. Was ik in Nederland al geen hele grote fan van een AVG’tje, dus dat zal ik ook zeker niet zo snel missen.

Twee weken terug waren we op bezoek bij een Nederlands echtpaar. Daar kregen we een broodje met kaas. Ik had het zeker niet gemist, maar op dat moment was het toch echt wel weer heel lekker en kon ik er echt heel erg van genieten. Verder eet ik hier eigenlijk bijna nooit brood. Was ik ook in Nederland al niet zo’n fan van, dus is ook niet gek dat ik dat hier bijna niet eet.

Of ik het zelf koken niet al mis? Nee, eigenlijk niet. Gemak dient de mens zeggen ze. Ik vind het ook wel makkelijk om mijn eten af te halen. De ene keer eet ik het thuis op en de andere keer in een Warung (eettentje). Uiteindelijk is het ook duurder om voor één persoon naar de markt te gaan, ingrediënten te kopen en zelf te koken. Zeker als je je beseft dat de meeste maaltijden die ik eet tussen de €0,60 en €1,50 kosten. Al vind ik koken helemaal niet erg en vind ik het altijd wel leuk om weer eens iets nieuws uit te proberen, maar dat bewaren we wel weer voor als ik in Nederland ben.

Pizza

Mijn vaste plekjes

Zo heb ik inmiddels wel mijn vaste plekjes gevonden waar ik mijn eten haal. Bepaalde warungs zijn alleen open voor de lunch, andere alleen voor het avondeten. Sommige de hele dag. Op sommige plekken hoef ik al niet meer door te geven wat ik wil. Het wordt of al gemaakt zonder dat er een woord gewisseld is of er wordt gevraagd: ‘seperti biasa?’ wat betekent: ‘zoals gewoonlijk?’. Het leuke is dat ze vaak onthouden wat ik wil en hoe. Welke saus ik bij welke gerechten wil. Dat ik geen suiker wil in mijn fruitsapjes. Mijn eten medium pittig mag zijn of de hoeveelheid pepertjes die er wel in mogen. Hoe groot de portie mag zijn voor de lunch en voor welk bedrag ik mijn avondeten haal. Ik blijk toch best wel een gewoontedier te zijn, want ik wijk niet heel vaak van mijn voorkeuren af.

Eén van mijn vaste plekjes

Het is goed zoals het is

Ik denk dat voor mij bij heel veel dingen geldt dat als het er is ik het heel lekker vind en het ook echt kan waarderen, maar als het er niet is, dat het ook niet erg is. Het is voor mij goed zoals het is. Al is dat andersom denk ik helemaal niet anders. De tijden dat ik in Nederland was, heb ik die verse gegrilde vis ook nooit echt gemist, terwijl dat hier op Bali mijn lievelingseten is. Volgens mij associeer ik heel veel dingen met een bepaalde locatie en als de locatie anders is, horen daar ook weer andere dingen bij en dat is dan ook weer helemaal prima.

Verse gegrilde vis

Wat ik wel mis

Wat ik hier eigenlijk wel meer mis dan in Nederland is het volleyballen. In Nederland had ik al wel geaccepteerd dat het niet meer kan, maar ik merk dat het hier steeds meer weer begint te kriebelen. Waarschijnlijk ook omdat ik er hier veel meer mee in aanraking kom. Aan het einde van de dag zijn ze vaak op meerdere plekken op het strand aan het spelen. Dat zijn ook echt de momenten dat ik weer heel graag gewoon eventjes mee had willen kunnen doen. Dat dat stemmetje zegt; ‘Ach probeer het gewoon.’ Maar dan vanaf de andere kant; ‘Nee doe het niet, je knie moet nog langer mee..’ Soms is dat best wel heel erg frustrerend.

Als er iets is wat ik hier wel heel erg mis is het de mensen om mij heen. Het is heel fijn dat videobellen bestaat, maar het is niet te vergelijken met bij elkaar zijn. Vanaf deze afstand heb ik nooit echt het gevoel dat ik er echt voor iemand kan zijn, als het eventjes wat minder gaat. Maar ook kinderen van vrienden die opgroeien, waarvan ik toch wel besef dat ik daar misschien toch liever dichterbij ben. Levensgebeurtenissen, een huis kopen, verbouwen. Van een afstand krijg ik het allemaal wel mee, maar ik merk toch ook steeds meer dat het bij mij gaat wringen en dat ik dat soort momenten ook graag van dichtbij mee wil maken. Dus wie weet wat de toekomst gaat brengen en hoe Nederland en Bali dan op mijn weegschaal liggen.

Liefs Inske

Nederland en Bali op de weegschaal

0 Comments

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees hier ook mijn andere blogs

Eén jaar Bali

Eén jaar Bali

Korte terugblikNa een jaar Bali is de voorlopig laatste maand aangebroken. Terugkijkend op het afgelopen jaar is het een ontzettend mooi en waardevol jaar geweest. Een jaar die ik me altijd zal blijven herinneren, die een plekje in mijn hart heeft....

read more
De Feestdagen op Bali

De Feestdagen op Bali

De Feestdagen op Bali Geen kou, geen sneeuw, geen korte donkere dagen. Niet met een kop thee en een dekentje op de bank. Geen plannen met de feestdagen die al maandenlang vooruit gepland staan. Geen tweede, derde of zelfs vierde kerstdag. Maar...

read more
Nieuwe avonturen in 2024

Nieuwe avonturen in 2024

Nieuwe avonturen Na de verhuizing naar Bali in 2023 belooft ook 2024 weer vol nieuwe avonturen te zitten. Mijn Bali avontuur komt namelijk tot een eind en ik kom weer terug naar Nederland.Onrust De keus heb ik een tijdje geleden al gemaakt. Een...

read more