Bali – het went, maar nooit helemaal
Bali wordt steeds meer normaal. Tenminste, dat denk ik. Dingen wennen. Ik beweeg mee, ik pas me aan. Maar soms schuurt het ook. Het went, maar nooit helemaal.
Wat ik lastig vind is dat ze ‘het juiste antwoord’ willen geven, precies dat wat je wil horen en dus niet het eerlijke antwoord. Dus dat ze ook een antwoorden als ze het antwoord niet weten. Dat “nee” zeggen onbeleefd is en dat ze daarom maar “ja” zeggen, maar “nee” doen. In het begin, toen ik dit nog niet wist, was het heel verwarrend. Sinds ik weet dat dit is hoe het hier gaat, hoor ik al vaak welke “ja” echt “ja” is en welke eigenlijk “nee”. Maar toch blijft het een beetje wringen en tegennatuurlijk voelen om zo beleefd te zijn dat je niet meer “eerlijk” bent.
Eten is heel belangrijk in Indonesië. Er staat dan ook altijd eten klaar. “Sudah makan?” (Heb je gegeten?) hoor ik dan ook heel vaak. Het is een vraag die vaak nog eerder komt dan “Apa kabar?” (Hoe gaat het?). Als ik eerlijk zeg dat ik nog niet gegeten heb, wordt er eten aangeboden. Heel lief, maar ook wel lastig. Ik zeg “ja” want “nee” is onbeleefd. Maar soms heb ik gewoon geen honger of net gegeten. En als ik bij mensen ben die zelf niet veel hebben, voelt het ook gek om “ja” te zeggen. Want zij hebben al niet zo veel en dan geven ze ook nog wat aan mij. Waar zit dan m’n grens? Wijs ik af terwijl dat onbeleefd is of accepteer ik terwijl ik weet dat ze niet zo veel hebben? Het blijft lastig, maar inmiddels heb ik mijn weg daar toch wel beter in gevonden. Ik hoef niet te antwoorden met een harde “ja” of “nee”, maar zeg gewoon “sudah” (ik heb gegeten). Dat accepteren ze eerder dan “nee” en voelt voor mij ook minder afwijzend.
Mijn eerste Balinese bruiloft zal mij ook altijd bijblijven. Die is zo anders dan een bruiloft in Nederland. Op het moment dat de trouwceremonie bezig is, is iedereen bezig met iets anders; er wordt gewoon gekookt, mensen praten, er komen mensen en ze gaan ook weer. De Balinese priester zit in zijn eigen wereld, zegt gebeden op en rinkelt met zijn belletje, het lijkt alsof er niemand echt naar luistert. Vaak zit er maar een klein groepje om de ceremonie heen die aan het kijken is of meedoet. Er gebeurt zoveel om je heen op zo’n bruiloft, het voelt chaotisch en toch weet iedereen waar hij/zij mee bezig is. Er is op het moment van trouwen weinig aandacht voor de bruid en bruidegom, en dat blijft toch vreemd vanuit het Nederlandse perspectief waarbij ik gewend ben dat zo’n speciaal moment met aandacht plaatsvindt en iedereen er ook echt bij is.
Meelopen in een ceremonie over straat is ook heel indrukwekkend. Ik heb deze ceremonies al vaak vanaf de kant gezien, wat echt al heel mooi is. Maar op het moment dat je zelf meeloopt heb je nog veel meer echt het gevoel dat je onderdeel bent van de cultuur. De energie is intenser, je zit er echt middenin. Echt een kippenvel momentje.
Het grappige is dat ik inmiddels heel goed met jam karet om kan gaan, totdat het dichtbij komt en ik een afspraak maak met mijn vriend. Dan verwacht ik elke keer weer dat hij op tijd komt, of dat de genoemde tijd ook de juiste tijd is. Maar dan komt jam karet om de hoek kijken en voel ik toch die lichte irritatie of teleurstelling. Mijn verwachting van hem is dus anders dan van andere Balinezen.
Of als ik graag iets af wil spreken voor ’s middags of de volgende dag, dan krijg ik vaak het antwoord “misschien” of “ik beloof niets”. Want hij weet nog niet of hij daar dan wel zin in heeft en hij weet ook dat als hij “ja” zegt of iets belooft dat hij zich daar ook aan moet houden. Maar inmiddels weet ik dus ook dat deze “misschien” vaak een verkapte “nee” is. En toch blijf ik altijd een sprankje hoop houden dat het deze keer anders zal zijn.
Bali wordt anders als je er middenin zit. Het is wennen. Aan sommige dingen pas ik me aan en over sommige dingen blijf ik me verwonderen. Soms schuurt het ook en is het lastig meebewegen in een cultuur die zo anders is dan daar waar je vandaan komt. Het went, maar toch nooit helemaal.
Liefs Inske
Bali wordt steeds meer normaal. Tenminste, dat denk ik. Dingen wennen. Ik beweeg mee, ik pas me aan. Maar soms schuurt het ook. Het went, maar nooit helemaal.
Wat ik lastig vind is dat ze ‘het juiste antwoord’ willen geven, precies dat wat je wil horen en dus niet het eerlijke antwoord. Dus dat ze ook een antwoorden als ze het antwoord niet weten. Dat “nee” zeggen onbeleefd is en dat ze daarom maar “ja” zeggen, maar “nee” doen. In het begin, toen ik dit nog niet wist, was het heel verwarrend. Sinds ik weet dat dit is hoe het hier gaat, hoor ik al vaak welke “ja” echt “ja” is en welke eigenlijk “nee”. Maar toch blijft het een beetje wringen en tegennatuurlijk voelen om zo beleefd te zijn dat je niet meer “eerlijk” bent.
Eten is heel belangrijk in Indonesië. Er staat dan ook altijd eten klaar. “Sudah makan?” (Heb je gegeten?) hoor ik dan ook heel vaak. Het is een vraag die vaak nog eerder komt dan “Apa kabar?” (Hoe gaat het?). Als ik eerlijk zeg dat ik nog niet gegeten heb, wordt er eten aangeboden. Heel lief, maar ook wel lastig. Ik zeg “ja” want “nee” is onbeleefd. Maar soms heb ik gewoon geen honger of net gegeten. En als ik bij mensen ben die zelf niet veel hebben, voelt het ook gek om “ja” te zeggen. Want zij hebben al niet zo veel en dan geven ze ook nog wat aan mij. Waar zit dan m’n grens? Wijs ik af terwijl dat onbeleefd is of accepteer ik terwijl ik weet dat ze niet zo veel hebben? Het blijft lastig, maar inmiddels heb ik mijn weg daar toch wel beter in gevonden. Ik hoef niet te antwoorden met een harde “ja” of “nee”, maar zeg gewoon “sudah” (ik heb gegeten). Dat accepteren ze eerder dan “nee” en voelt voor mij ook minder afwijzend.
Mijn eerste Balinese bruiloft zal mij ook altijd bijblijven. Die is zo anders dan een bruiloft in Nederland. Op het moment dat de trouwceremonie bezig is, is iedereen bezig met iets anders; er wordt gewoon gekookt, mensen praten, er komen mensen en ze gaan ook weer. De Balinese priester zit in zijn eigen wereld, zegt gebeden op en rinkelt met zijn belletje, het lijkt alsof er niemand echt naar luistert. Vaak zit er maar een klein groepje om de ceremonie heen die aan het kijken is of meedoet. Er gebeurt zoveel om je heen op zo’n bruiloft, het voelt chaotisch en toch weet iedereen waar hij/zij mee bezig is. Er is op het moment van trouwen weinig aandacht voor de bruid en bruidegom, en dat blijft toch vreemd vanuit het Nederlandse perspectief waarbij ik gewend ben dat zo’n speciaal moment met aandacht plaatsvindt en iedereen er ook echt bij is.
Meelopen in een ceremonie over straat is ook heel indrukwekkend. Ik heb deze ceremonies al vaak vanaf de kant gezien, wat echt al heel mooi is. Maar op het moment dat je zelf meeloopt heb je nog veel meer echt het gevoel dat je onderdeel bent van de cultuur. De energie is intenser, je zit er echt middenin. Echt een kippenvel momentje.
Het grappige is dat ik inmiddels heel goed met jam karet om kan gaan, totdat het dichtbij komt en ik een afspraak maak met mijn vriend. Dan verwacht ik elke keer weer dat hij op tijd komt, of dat de genoemde tijd ook de juiste tijd is. Maar dan komt jam karet om de hoek kijken en voel ik toch die lichte irritatie of teleurstelling. Mijn verwachting van hem is dus anders dan van andere Balinezen.
Of als ik graag iets af wil spreken voor ’s middags of de volgende dag, dan krijg ik vaak het antwoord “misschien” of “ik beloof niets”. Want hij weet nog niet of hij daar dan wel zin in heeft en hij weet ook dat als hij “ja” zegt of iets belooft dat hij zich daar ook aan moet houden. Maar inmiddels weet ik dus ook dat deze “misschien” vaak een verkapte “nee” is. En toch blijf ik altijd een sprankje hoop houden dat het deze keer anders zal zijn.
Bali wordt anders als je er middenin zit. Het is wennen. Aan sommige dingen pas ik me aan en over sommige dingen blijf ik me verwonderen. Soms schuurt het ook en is het lastig meebewegen in een cultuur die zo anders is dan daar waar je vandaan komt. Het went, maar toch nooit helemaal.
Liefs Inske
































